Een studievereniging is heel belangrijk, en bijna vanzelfsprekend. Het zorgt voor binding via bv. sociale activiteiten, en voor inhoud en verdieping via bv. studiereizen, symposia en kantoorbezoeken. Waarom kwam, ondanks die toegevoegde waarde, de Juridische Honours Vereniging Themis er bij Honours College Law dan pas na 6 jaar? Tijd voor een terugblik bij dit eerste Lustrum. Sedert 2009-2010 heeft iedere Leidse faculteit een Honours College. Bij onze faculteit hebben prof. Andreas Kinneging en ik (in en samen met het facultaire Onderwijsbestuur waarvan wij toentertijd deel uitmaakten) een opzet en onderwijsprogramma HC Law gemaakt. Vier handen op één buik hebben hij en ik dat jaar voor jaar uitgerold. Vijf jaar stond dat onder auspiciën van hem als zgn. honours profileringshoogleraar en mij als zgn. trajectleider en coördinator. De inhoud en invulling van HC Law was zodanig dat wij een studievereniging niet nodig vonden. Het curriculum bestond al die tijd uit slechts zes vakken: een Oriëntatie-vak, vier HC Law vakken in relatief kleinschalige seminar vorm, en een interdisciplinaire Honours Class. Daarin kwamen aan de orde: verdieping en verbreding van kennis, inzicht en vaardigheden; de praktijk via stage en participatie in onderzoek; en interdisciplinariteit. Én de HC Law deelnemers volgden in het 2e en 3e jaar in twee aparte aangewezen werkgroepen, samen met elkaar de verplichte reguliere vakken van de klassieke opleiding Rechtsgeleerdheid. Ook de studenten van de bijzondere afstudeerrichtingen en Notarieel en Fiscaal namen daaraan deel voor zover vakken ook in hun bachelor zaten of zij die deden als aanvullende eis om hun Civiel Effect te behalen. Een beperkte groep van 40-50 juridische studenten werd jaarlijks toegelaten. Kwalitatief goede, talentvolle, gemotiveerde en enthousiaste studenten, met een hoge mate van inzet, betrokkenheid en participatie. Iedere deelnemer volgde dus samen met de andere goede en gemotiveerde deelnemers alle vakken van HC Law én een groot deel van de reguliere bachelorvakken. De docenten verzorgden op een eigen, stimulerende en activerende wijze de vakken. Daardoor was dát honours intrinsiek reeds sterk gericht op intensief contact tussen actieve studenten onderling, en tussen studenten en docenten, onderzoekers, en ‘mensen uit de praktijk’. En bij bv. het Oriëntatievak ging de docent met de studenten naar Brussel, en bij een ander vak werd er gedebatteerd, en bij weer een ander vak werd er een forum en een boekpresentatie georganiseerd. Via gastsprekers in en bij die vakken kwamen studenten in aanraking met vooraanstaande academici, juristen, politici et cetera – nationaal en internationaal. En zelf was ik als docent bij een vak betrokken en als coördinator en examinator bij drie vakken, waardoor ik de deelnemers gedurende de gehele tweeënhalf jaar van nabij meemaakte. Kortom, in die tijd waren de diverse contacten reeds zoveel en intensief en veelzijdig, dat door ons een studievereniging eigenlijk van weinig toegevoegde waarde werd geacht. Dat wijzigde na 5 jaar, toen het universitaire beleid werd dat dat bij iedere faculteit in beginsel de beste 10-15% van de studenten aan het Honours zouden moeten kunnen meedoen, en bij onze faculteit dus niet alleen die van alle juridische opleidingen, maar ook van Criminologie. Qua deelnemers gingen we in het 1e oriënterende jaar van ong. 40 naar ruim 100. Mede daardoor moest uiteindelijk het aantal vakken meer dan vertweevoudigd en later zelfs meer dan verdrievoudigd. En behalve substantieel uitgebreid moest de opzet ook veel flexibeler. Veel studenten wilden of konden niet meedoen aan het samen met anderen volgen van de aangewezen werkgroepen van de reguliere ba vakken. En bij een zo groot aantal HC Law vakken kon natuurlijk niet bij ieder vak sociale- en studieactiviteiten en gastsprekers worden georganiseerd. Voor die operatie van een veel ruimer en uitgebreider HC Law nam prof.mr. Sjoerd Douma in sept. 2005 het stokje over van prof. Kinneging. Na enig beraad konden hij en ik aanvullend een coördinator aannemen, en kort daarna ook een medewerker secretariaat. Bij de sollicitatiegesprekken voor de coördinator kwam ook de onontkoombaarheid en nut en noodzaak van een studievereniging aan de orde. Die coördinator HC Law, dat werd – en is – de onvolprezen drs. Marleen Fleer. Eén van de werkzaamheden in haar eerste jaar was het entameren en het benaderen van studenten voor een studieverenging HC Law. In het vorige lustrum nummer schreef Adriaan Milders, de 1e voorzitter van Themis, dat en hoe hij via Sjoerd Douma met Marleen in contact kwam.